Corona en ventilatiesystemen: hoe zat dat nou precies?

Welke invloed heeft de ventilatie in gebouwen op de overdracht van het coronavirus? En welke oplossingen zijn er om de bestaande ventilatie te verbeteren? Het zijn vragen die we regelmatig krijgen. Galjema’s eigen ventilatie-expert Fokko Mienstra zet in dit artikel richtlijnen, maatregelen en oplossingen voor je op een rij.

Door Fokko Mienstra

De uitbraak van de coronapandemie heeft een enorme invloed op ons leven, zowel privé als zakelijk. Enerzijds worden we beperkt in mogelijkheden en vrijheden. Anderzijds zien we een enorme verandering in de wijze waarop we met elkaar samenwerken en (online) communiceren.

Kantoren staan grotendeels leeg, waarbij het nog onduidelijk is hoe het toekomstige gebruik van kantoren in het post-coronatijdperk er uit zal gaan zien. Binnen ons eigen werkgebied worden we steeds vaker geconfronteerd met vragen van opdrachtgevers over de ventilatie in gebouwen en welke invloed dit kan hebben op de overdracht van het coronavirus (Covid-19).

De algemene richtlijnen

De hierna aangegeven algemene richtlijnen om het risico van verspreiding van het coronavirus door ventilatie-installaties te beperken, zijn gebaseerd op de hierover uitgegeven publicaties vanuit de volgende gerenommeerde kennisinstituten: • RIVM - Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu • TVVL - Nederlandse Technische Vereniging voor Installaties in Gebouwen • REHVA - Federation of European Heating, Ventilation & Air Conditioning Associations. Galjema volgt in haar adviezen de richtlijnen van deze kennisinstituten.

Verspreidingsgevaren

Er zijn drie (mogelijke) manieren waarop het coronavirus wordt verspreid. De grootste verspreiding van het virus gaat via grotere druppels die ontstaan bij hoesten en niezen. Om deze wijze van verspreiding te voorkomen moeten we hoesten en niezen in onze elleboog en een minimale afstand bewaren van 1,5 meter ten opzichte van andere personen. Anderzijds betreft de verspreiding via oppervlaktes en aanraking. Daarom dienen we regelmatig onze handen te wassen en te ontsmetten; dat helpt bovendien om bij aanraking van het gezicht de kans op besmetting te verlagen. Over deze twee manieren van verspreiden zijn alle deskundigen het met elkaar eens.

Aerosolen

De derde wijze van verspreiding is overdracht via kleine druppels, zogenaamde aerosolen. Deze aerosolen komen vrij bij ‘gewoon’ ademen of praten maar nemen in aantallen toe wanneer hard gesproken, gelachen of bijvoorbeeld gezongen wordt. Het RIVM acht de kans aanwezig dat aerosolen een rol spelen in de verspreiding van het virus, maar er is naar hun oordeel onvoldoende bewijs dat de aerosolen ook infectieus zijn. Voor SARS- en MERS-virussen is volgens de TU Delft wel aangetoond dat aerosolen een rol spelen in de virustransmissie. Bij deze laatste wijze van verspreiding speelt de ventilatie van ruimten een rol. Aerosolen blijven aanzienlijk langer in de lucht hangen dan druppels, waarbij aerosolen soms urenlang in een ruimte kunnen blijven hangen en zich meters ver in een ruimte kunnen verspreiden. Door een ruimte goed en efficiënt te ventileren kunnen aerosolen uit een ruimte worden verwijderd.

.

Aerosolen aanpakken door ventilatie

Door te ventileren met 100% buitenlucht (geen recirculatie van ventilatielucht) en het verhogen van ventilatiehoeveelheden in ruimten kan de concentratie van aerosolen in de lucht worden verdund dan wel worden verwijderd.

Bij moderne ventilatiesystemen in gebouwen wordt in Nederland nagenoeg altijd gebruik gemaakt van verse buitenlucht, waarbij de energie uit de retourlucht via warmtewisselaars wordt overgedragen op de toevoerlucht. Afhankelijk van het type warmtewisselaar is er geen vermenging (bij toepassing van een 2 batterijensysteem) dan wel een zeer beperkte vermenging (bij toepassing van een warmtewiel of een kruisstroomwisselaar) mogelijk van de retourlucht uit de ruimte met de verse buitenlucht.

Bij de toepassing van warmtewielen met een spoelsectie en een minimaal drukverschil over het warmtewiel van de afvoer- naar de toevoerzijde, zijn de lekverliezen van de afvoerlucht naar de toevoerlucht zeer beperkt (in de orde van enkele procenten). Deze mate van lekverliezen geldt ook bij de toepassing van platenwarmtewisselaars met een minimaal drukverschil van de afvoer- naar de toevoerzijde.

Maatregelen

om verspreiding door ventilatie te voorkomen

Door de volgende maatregelen te treffen, kan de verspreiding van Covid-19 via ventilatie zoveel mogelijk worden voorkomen, dan wel beperkt.

In algemene zin geldt:

  • Ruimten dienen te worden geventileerd met 100% buitenlucht via een goed functionerend en goed onderhouden ventilatiesysteem. De verse buitenlucht vervangt (een deel van) de ruimtelucht, die vervuild is met stof, vocht, gassen en dampen en eventuele ziekteverwekkers.
  • Het RIVM geeft hierbij aan: ventileer ruimten minimaal op basis van de eisen vanuit het Bouwbesluit. Hierbij wordt wel een verschil gemaakt voor bestaande bouw (dit zijn bouwwerken, gerealiseerd op basis van de bouwregelgeving van voor 2012) en nieuwbouw. Galjema adviseert haar opdrachtgevers om voor de minimale ventilatie-eisen uit te gaan van de nieuwbouw-eisen vanuit het Bouwbesluit.

Het REHVA adviseert de volgende maatregelen:

  • Mechanische ventilatiesystemen starten bij voorkeur minimaal 2 uur voor aanvang van werktijden en draaien tot twee uur na werktijd door.
  • Ook wanneer ruimten/gebouwen niet in gebruik zijn, dient het ventilatiesysteem in bedrijf te blijven, eventueel in een verlaagde ventilatiestand.
  • Maak, indien aanwezig, zoveel mogelijk gebruik van te openen ramen, ook bij mechanisch geventileerde gebouwen. Voor scholen wordt geadviseerd om tijdens pauzes en tussen de lessen de ramen en deuren tegen elkaar open te zetten om maximaal aanvullend natuurlijk te ventileren.
  • Stel het CO2-setpoint van variabel-debietsystemen op een zo laag mogelijke waarde in (bij voorkeur op 400 ppm), zodat het systeem tijdens werktijd altijd op basis van de maximale capaciteit functioneert. Controleer hierbij wel of de verwarmingscapaciteit in en ten behoeve van de ruimten hiervoor geschikt is.
  • Luchtbehandelingsinstallaties zijn ten behoeve van warmteterugwinning bij voorkeur voorzien van een batterij in de luchtafvoer en een batterij in de luchttoevoer, waarbij door middel van een watergevoerd leidingsysteem energie wordt uitgewisseld tussen beide luchtstromen.
  • Luchtbehandelingsinstallaties met een warmtewiel zijn voorzien van een goed functionerende spoelsectie.
  • Bij luchtbehandelingsinstallaties met een warmtewiel of een kruisstroomwisselaar zijn de ventilatoren zodanig gepositioneerd in de luchtbehandelingskast dat het drukverschil over de warmtewisselaar minimaal is.
  • Vermijd apparaten en systemen, waarbij lucht in dezelfde ruimte wordt gerecirculeerd (zoals airco’s en tafelventilatoren), in ruimten die door meerdere personen gelijktijdig worden gebruikt en waarbij door deze apparaten en systemen lucht direct van de ene naar de andere persoon wordt verplaatst.
  • Bij toepassing van apparaten en systemen, waarmee lucht in dezelfde ruimte wordt gerecirculeerd (zoals airco’s en ventilator-convectoren), in een ruimte die verder is voorzien van een goed functionerende ventilatievoorziening, kunnen deze apparaten en systemen een bijdrage leveren aan de optimale doorspoeling van een ruimte.
  • Pas voor de luchttoevoer in ruimten een type rooster toe waarmee buiten de leefzone (bij voorkeur langs het plafond) wordt ingeblazen en waarmee optimaal ruimtelucht wordt ingemengd.
  • Onderhoud luchtbehandelingsinstallaties goed en respecteer de onderhoudswerkzaamheden en cycli van leveranciers. Dit geldt ook voor de vervangingscycli van filters. Een hogere vervangingsfrequentie is hierbij niet nodig.

Galjema helpt:

uw ventilatiesysteem inventariseren en verbeteren

Galjema kan de volgende ondersteunende adviesactiviteiten leveren, waarbij een getrapte aanpak wordt voorgesteld:

Stap 1

  • We inventariseren de ventilatievoorzieningen (natuurlijk en/of mechanisch) in de bestaande situatie. Denk hierbij aan het principe, het type warmteterugwinning, de ventilatie-capaciteiten en het functioneren.
  • Als er geen actuele gegevens van de mechanische ventilatiecapaciteiten aanwezig zijn, stellen we de werkelijke capaciteiten vast door middel van metingen.
  • We maken een overzicht van de ventilatiecapaciteiten in relatie tot de minimale eisen vanuit het Bouwbesluit (indien van toepassing zowel voor eisen voor nieuwbouw als bestaande bouw). We analyseren de geïnventariseerde gegevens en stellen afwijkingen vast ten opzichte van de eisen vanuit het Bouwbesluit.

Stap 2

  • Komt uit de inventarisatie naar voren dat er wel een bestaand ventilatiesysteem aanwezig is, maar dat dit niet naar behoren functioneert, dan maken we een voorstel voor verbetering. Uitgangspunt hierbij is wel dat het bestaande ventilatiesysteem een luchttoevoercapaciteit realiseert die voldoet aan de minimale eisen vanuit het Bouwbesluit.
  • Als uit de inventarisatie blijkt dat de bestaande ventilatievoorzieningen niet voldoen aan de minimale eisen vanuit het Bouwbesluit, maken we eveneens een verbetervoorstel. Zoals eerder aangegeven is Galjema van mening dat voor de minimale ventilatie-eisen moet worden uitgegaan van de nieuwbouw-eisen uit het Bouwbesluit.

Hierbij zijn de volgende opties mogelijk:

(Meer) natuurlijke ventilatie

  • Aanbrengen van te openen ramen voor spuiventilatie;
  • Aanbrengen van bedienbare gevelroosters voor luchtverversing. Dit realiseert geen gegarandeerde luchtverversing. We controleren of de verwarming in de ruimte voldoende capaciteit heeft om de (aanvullende) ventilatielucht op te warmen. Deze oplossing kenmerkt zich door een hoog energiegebruik. Comfortklachten bij lage temperaturen zijn een aandachtspunt.

Aanbrengen van mechanische luchtafvoer

  • Decentraal systeem per ruimte;
  • Centraal systeem, bij voorkeur met een aansluiting per ruimte. Hiermee kan gegarandeerde luchtverversing worden gerealiseerd. Luchtstroming van de ene naar de andere persoon is mogelijk. We controleren of de verwarming in de ruimte voldoende capaciteit heeft om de (aanvullende) ventilatielucht op te warmen. Deze oplossing kenmerkt zich door een hoog energiegebruik. Comfortklachten bij lage temperaturen zijn een belangrijk aandachtspunt.

Aanbrengen van een balansventilatiesysteem

  • Decentraal systeem per ruimte;
  • Centraal systeem, bij voorkeur met een luchtafvoeraansluiting per ruimte. Hiermee kan gegarandeerde luchttoe- en afvoer worden gerealiseerd, met een laag energiegebruik. Comfortklachten en luchtstroming van de ene naar de andere persoon kunnen bij een goede roosterselectie worden voorkomen.

Nog vragen? Stel ze gerust!

Op de volgende pagina


Neem een kijkje in de keuken van Galjema - toen en nu

Meer weten over ventileren?


Neem contact met ons op