Trends en ontwikkelingen in het museale veld

Slimme en kwalitatief hoogstaande technische (klimaat)installaties zijn een absolute must voor museale instellingen en depots. Door goed op de hoogte te blijven van de laatste ontwikkelingen, kan tijdig worden ingespeeld op potentiële uitdagingen. Zo spelen bijvoorbeeld de nadrukkelijke veranderingen van het buitenklimaat in de afgelopen decennia een rol. Ook zien we dat eigenaren en gebruikers van musea en museale depots vaker geconfronteerd worden met hoge exploitatiekosten. Dat komt onder andere door de strikte klimaateisen die in het internationale bruikleenverkeer worden gehanteerd. De onbekendheid met deze eisen, zeker bij kleinere musea, zorgt ervoor dat de eisen breed gehanteerd worden voor de totale collectie. Op basis van onderzoek door de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) staan de klimaateisen echter nadrukkelijk ter discussie.

Vanuit onze contacten met eigenaren en gebruikers van musea en museale depots krijgen wij regelmatig de volgende vragen:

  • Welke klimaateisen moeten worden gesteld aan een specifieke collectie?
  • Moeten temperatuur en vocht in museale of depotruimten gedurende het gehele jaar worden geregeld op 1 vast ingestelde waarde?
  • Welke specifieke eisen zijn er op het gebied van filtering van de toe te voeren lucht aan museale- of depotruimten?
  • Welke verdere oorzaken kunnen er zijn voor hoge energiekosten?

#1 - Gebruik van klimaatvitrines in musea

Bij het ontwikkelen van plannen voor nieuwbouw of renovatie van een museum dienen eigenaren en gebruikers een analyse van de collectie te maken. Hierbij wordt vastgesteld welk deel van de collectie geëxposeerd of opgeslagen moet worden bij een strikt klimaatregime. Een groot deel van de collectie kan namelijk uitstekend worden geëxposeerd in een ruimte waarin de temperatuur en de relatieve vochtigheid meeveranderen met de buitencondities. Met name museale objecten, die vrijgekomen zijn uit historische gebouwen, hebben gedurende hun levensduur altijd variërende ruimtecondities meegemaakt. Voor het kritische deel van de collectie dienen specifieke maatregelen te worden getroffen. Dit kan een geconditioneerde vitrine zijn, waarvoor speciale kleine klimaatsystemen in de handel zijn. Het alternatief is een museale ruimte met een eigen installatie.

#2 - Toepassen seizoensafhankelijke conditionering

Bij museale conditionering zijn enerzijds grenswaarden van belang (met name de schimmelgrens). Anderzijds zijn er restricties ten aanzien van de korte termijn variaties, met name van de relatieve vochtigheid. Dit betekent daarmee gelijk dat bij een redelijk verschil tussen de onderste en de bovenste grenswaarden, er gekozen kan worden voor seizoensafhankelijke conditionering. Voorwaarde hierbij is wel dat de overgang tussen zomer- en wintercondities zeer gelijkmatig moet worden doorgevoerd. Bij de projecten waar dit door Galjema is toegepast, wordt hiervoor een periode van 4 weken gebruikt.

#3 - Voorwaardelijk vrijlaten condities in depots

Naast eerder genoemde toepassingen zijn er ook ontwikkelingen om de temperatuur binnen een behoorlijke bandbreedte geleidelijk te laten variëren, afhankelijk van de buitentemperatuur. Hierbij wordt, met behulp van installatietechnische voorzieningen, de luchttemperatuur bewaakt en gecorrigeerd voor een te hoge relatieve vochtigheid. Vooral in Denemarken is hiermee in de afgelopen 20 jaren veel ervaring opgedaan, met name voor langetermijnopslag.

Lees het kader 'Kollekjesintrum Fryslan' voor een voorbeeld

Kollekjesintrum Fryslân – technische klimaatoplossing voor gezamenlijk depot

Op basis van het voorwaardelijk vrijlaten van ruimtecondities is door Galjema in 2014 het ontwerp gemaakt voor de klimaatinstallaties voor een gezamenlijke depot voor het Kolleksjesintrum Fryslân. Dit duurzame museumdepot beheert de collecties van een vijftal Friese musea in Leeuwarden. Anders dan bij traditionele depots worden de collecties van de musea hier door elkaar heen opgeslagen. Dit vroeg om een oplossing waarbij de objecten worden ingedeeld naar de meest ideale opslag- en klimaatcondities. Zodoende zorgde Galjema in het ontwerp dat:

  • In de basis is gezorgd voor een zeer goed geïsoleerde en luchtdichte buitenschil (gevel en dak).
  • De buitengevels zijn aan de binnenzijde voorzien van een vochtregulerende thermische afwerking.
  • De vloer is niet geïsoleerd, waardoor de bodem wordt gebruikt voor de uitwisseling van thermische energie.
  • In de depotruimten wordt lucht tweevoudig gerecirculeerd, maar minimaal geventileerd.
  • Door middel van minimale verwarming wordt de ruimtetemperatuur in de winter bewaakt op een minimum waarde. Het ontwerpuitgangspunt hiervoor was 12°C. Door middel van beperkte ontvochtiging, met naverwarming, wordt de relatieve vochtigheid in de ruimte bewaakt op een maximum waarde. Het ontwerpuitgangspunt hiervoor was een relatieve vochtigheid van 60%.

#4 - Toepassen ventilatie op basis van luchtkwaliteit

De toevoer van verse buitenlucht is noodzakelijk om de luchtkwaliteit in een ruimte te waarborgen. In het verleden werd in museale ruimten en museumdepots voor de hoeveelheid verse buitenlucht standaard uitgegaan van een vast percentage van de totale hoeveelheid lucht die in een ruimte wordt gerecirculeerd. Echter, de conditie van de buitenlucht is niet constant. Zo is de lucht in de zomer warm en vochtig, en in de winter koud en droog. Dit zorgt, zonder luchtbehandeling, voor een verstoring van de temperatuur- en vochthuishouding van de ruimte. Het behandelen van deze buitenlucht naar de ruimteconditie kost veel energie. Tegenwoordig is het met behulp van slimme regelingen goed mogelijk om de hoeveelheid verse buitenlucht te sturen op luchtkwaliteit, in plaats van te sturen op een vast percentage. Onder luchtkwaliteit kan de minimale concentratie aan zuurstof in een ruimte voor de mens worden verstaan, maar dit kan ook een maximale concentratie voor een gas zijn dat schadelijk is voor de collectie. De hoeveelheid verse buitenlucht kan op basis van deze luchtkwaliteit worden geregeld.

#5 - Museale filtering is situatie-afhankelijk

In de adviesrichtlijn “Luchtkwaliteit archieven” van februari 1993 van de Rijksgebouwendienst is voor met name depots en archieven een combinatie van de volgende filters voorgesteld: een F4-voorfilter, een elektropotentiaal filter, een chemische filter, een actief koolfilter en een F8-eindfilter. Deze adviesrichtlijn is nader uitgediept in de publicatie “Luchtspiegelingen” van de Erfgoedinspectie. Door de RCE is in de afgelopen jaren veel vervolgonderzoek gedaan naar de invloed van luchtverontreinigingen op de collectie. Deze verontreinigingen kunnen zowel vanuit de omgeving van het gebouw, als vanuit het gebouw zelf, of de collectie in het gebouw komen. De filtering van de ventilatielucht dient dus te worden afgestemd op specifieke lokale omstandigheden. Om vast te stellen welke type filtering ten behoeve van een museale ruimte of een museumdepot moet worden toegepast, dient een goede analyse te worden gemaakt van de specifieke omstandigheden. Ligt het gebouw bijvoorbeeld in stedelijk of juist landelijk gebied? Is de omgeving bosrijk of vindt er intensieve veeteelt plaats? Worden door de collectie specifieke gassen uitgestoten die schadelijk zijn voor een ander deel van de collectie? Als de antwoorden op deze en andere vragen bekend zijn, kan op basis van een door de RCE opgestelde matrix vervolgens een afgestemde filterkeus worden gemaakt.

#6 - Bevochtiging: er is meer dan alleen stoom!

Bevochtiging van lucht in museale installaties is een noodzaak. Omdat bij bevochtiging met behulp van stoom de garantie gegeven kan worden dat schimmels en andere schadelijke organismen door de hoge temperatuur gedood worden, is dit een veelvuldig toegepaste technologie. Nadeel van de toepassing van stoombevochtiging is echter het hoge energiegebruik en de hoge kosten van vervangingsonderhoud. Bij een goede waterbehandeling (ontharding en omgekeerde osmose) is adiabatische bevochtiging een prima alternatief. Galjema heeft in museale projecten ervaring met de toepassing van hoge drukverneveling van water en met hoog-rendement pakketbevochtigers.

#7 - Bij een nauwkeurige regeling horen nauwkeurige opnemers

Voor het klimaat in museale ruimten en depotruimten gelden veelal eisen voor temperatuur en vocht, met nauwe regeltoleranties. Dit impliceert dat voor de regeling van deze condities opnemers moeten worden toegepast met een regelafwijking die vele malen kleiner is dan de toegestane regeltolerantie. Daarbij moet worden opgemerkt dat de meetelementen in de opnemer periodiek moeten worden gekalibreerd.

#8 - Monitoring van regelgedrag: een absolute noodzaak

Om ruimtecondities binnen een nauwe regeltolerantie te onderhouden, investeren musea in een dure klimaatinstallatie. Naar onze mening moet dan ook het gedrag van deze installatie worden gemonitord en moeten afwijkingen worden gesignaleerd en geanalyseerd. Traditioneel wordt reactief gesignaleerd, waarbij gekeken wordt naar de overschrijding van vooraf ingestelde grenswaarden. Door gebruik te maken van een regelsysteem, waarbij wordt gesignaleerd ten opzichte van verwachtingen, kan proactief worden gereageerd. Ook afwijkingen van andere prestatie-indicatoren, zoals energiegebruik, kunnen een toekomstige aanleiding zijn voor een afwijkende conditie. Bij vroegtijdige signalering en handeling wordt een toekomstige ernstige afwijking dus voorkomen.

Hoe Galjema kan helpen

Galjema verzorgt

alle fasen van het ontwerp, de aanbesteding, uitvoeringsbegeleiding, oplevering en nazorg voor alle soorten nieuwbouw- en renovatieprojecten.

Galjema heeft

veel ervaring met installaties in museale projecten, mede op basis van onderzoek aan niet-functionerende bestaande installaties.

Galjema helpt

door haalbaarheidsstudies uit te voeren en voorstellen te doen voor de toepassing van moderne en energiezuinige installaties voor museale projecten. Ook verrichten we onderzoek naar bestaande installaties en verzorgen aanbevelingen en kostenramingen op basis waarvan aanpassing en verbetering kan plaatsvinden.

Galjema hecht

veel waarde aan de interactie met de gebruiker. In een onderzoeksproject wordt mede op basis van de kennis van de gebruiker een nadere analyse gemaakt van de bestaande situatie. In de ontwerp- en uitvoeringsfase wordt de gebruiker betrokken in de te maken ontwerpkeuzes.

Galjema is

altijd op de hoogte van de laatste richtlijnen, wet- en regelgeving en overige ontwikkelingen. Als professionele partner zijn wij gewend om op basis hiervan, samen met de overige betrokken ontwerppartners, integrale ontwerpoplossingen aan te dragen. Hiermee geven we invulling aan de eisen op het gebied van duurzaamheid en circulariteit. Ook op het gebied van certificering van de toegepaste maatregelen kan Galjema een belangrijke rol spelen door als BREEAM-expert de daarmee samenhangende bewijsstukken op de juiste wijze aan te leveren.

Op de volgende pagina


De kracht van integrale samenwerking met cepezed

Meer weten?


Over trends en technische installatiemogelijkheden